Je bevindt je hier:
Vrijwilligerswerk & reizen: Nicaragua: Landinfo

Landinfo

Nicaragua ligt in centraal Amerika. Nicaragua grenst zowel aan de Caribische Zee als aan de noordelijke Stille Oceaan en ligt tussen Costa Rica en Honduras. De oppervlakte van Nicaragua is bijna 130.000 vierkante kilometer. Nicaragua is daarmee ongeveer 3,7 keer zo groot als Nederland.
De plaatsen waarin Commundo projecten heeft liggen rondom Léon en bevinden zich in het westen van Nicaragua. De projecten liggen niet ver van de hoofdstad, Managua. Het westelijke gebied van Nicaragua is bergachtig, hier vind je onder andere de vulkanen Cerro Negro en Momotombo. Het oostelijk deel van het land is een tropische laagvlakte die grotendeels wordt ingenomen door regenwoud. Nicaragua heeft een tropisch klimaat met toch grote klimaatverschillen. De westelijke laaglanden zijn erg warm, maar er is altijd genoeg frisse wind tijdens het regenseizoen (mei tot november). In het droge seizoen (december tot april) waait er meestal een wind die veel stof meebrengt. De oostelijke laaglanden (tropisch regenwoud), zijn altijd nat en heet en het kan er zelfs flink regenen tijdens het korte droge seizoen (maart tot mei).
Nicaragua kent vele beschermde gebieden, zoals het regenwoud, de vulkanen en het natuurreservaat. Veel voorkomende vegetatie is ondermeer amandel, banaan, ceder, den, kokospalm, mahonie, pokhout en quebracho. Het beschermde regenwoud in het noordwesten bevat een overvloed aan diersoorten waaronder panterkatten, wrattenzwijnen, poema`s, jaguars, luiaards, krokodillen, navelzwijn, papegaaien, pelikanen en slingerapen. Enkele vogelsoorten in dit gebied zijn de kolibrie, de rode specht en de quetzal.
Landbouw is belangrijk voor Nicaragua met een aandeel van 23% in het BNP en ongeveer 40% in de totale werkgelegenheid. Nicaragua exporteert met name koffie en suiker. Opkomende sectoren zijn echter de textielindustrie (maquilas), mijnbouw, visserij en handel. en in mindere mate ook het (eco-)toerisme.

Historie en politiek

In 1821 wordt Nicaragua, als onderdeel van een Centraal-Amerikaanse Federatie, onafhankelijk van Spanje. In 1838 wordt het land een onafhankelijke staat. De soms bloedige strijd tussen conservatieven en de meer vooruitstrevende liberalen bepaalt het politieke landschap. Als de liberale José Santos Zelaya in 1893 aan de macht komt, worden vele hervormingen doorgevoerd. Dit onder toezien van de VS, die in het land tot 1933 militair aanwezig is, en de democratie daar probeert te bevorderen.
In 1933 richt de VS een nationale garde op, geleid door Anastasio Samoza, die loyaal is aan Amerikaanse belangen. Deze voert met name een strijd tegen de socialistisch geïnspireerde revolutionair Augusto C. Sandino, die grote landhervormingen wil doorvoeren. Sandino wordt in 1934 vermoord door Somoza, maar een zogenaamde Sandinistische beweging blijft bestaan. Tijdens het bewind van Somoza, van 1934 tot 1979 is er dan ook voortdurende guerrilla strijd tussen de Sandinistische beweging en de Nationale Garde.
Later voegen ook Marxisten zich in de guerrilla strijd, onder leiding van Rigoberto López Pérez en met hulp van Cuba. De Somoza’s weten echter met hulp van de VS de guerrillastrijd te onderdrukken, ook al wordt Anastasio Somoza vermoord door de oppositie. Hij wordt opgevolgd door zijn twee zoons, die nog loyaler aan de VS zijn dan hun vader.
Het gaat economisch echter niet goed met het land en er is veel corruptie. Als in 1972 een aardbeving het land treft, en de hoofdstad Managua in puin legt, komt er veel internationale hulp en fondsen. De helft hiervan kwam echter niet op de juiste plaats terecht maar werd onder de Somoza’s verdeeld. Deze onvrede zorgde voor oproer in het Nicaraguaanse volk maar ook voor ontevredenheid van de VS. Nieuwe Sandinistische guerrilla aanvallen worden nu door meer rebellen gesteund, en krijgen steun van de marxisten en Cuba. Vanuit extra uitvalsbases in Costa Rica en Honduras vallen rebellen grenssteden aan om de Nationale Garde te verdrijven. Ook in andere steden werd de Nationale Garde verdreven. Somoza rekende aanvankelijk op Amerikaanse steun, maar deze zag daar weinig in en drong aan op het aftreden van Somoza.
De Sandinisten winnen de verkiezingen in 1984 en Daniel Ortega word premier. Hoewel de verkiezingen door het internationale waarnemingscomité als eerlijk worden gezien, blijft de VS sceptisch. Met steun van de VS worden in Honduras en in Costa Rica guerilla-eenheden gevormd (in totaal circa 20.000 strijders, waaronder ex-leden van de Nationale Garde) die een deel van het land bezetten. De kosten van deze burgeroorlog beslaan zo’n 60% van het overheidsbudget. Het hoge gerechtshof heeft deze aanvallen veroordeeld, waarna de VS een boete van miljoenen moet betalen. In 1990 vindt weer een eerlijke verkiezing plaats, en stabiliseert de economie van Nicaragua. De opbouw van het land is echter moeizaam, dit mede door een uitbarsting van een vulkaan in 1998 en de grote invloed van corruptie.